Vooreerst is er de vraag of dergelijke losstaande investeringen wel kaderen binnen het masterplan van een voorziening.
Het louter vragen van investeringssubsidies voor kleine installaties is ons inziens niet ingegeven vanuit een bekommernis om een goed uitgedacht masterplan te ontwikkelen. Een masterplan vertrekt immers van een visie op middenlange termijn en bestaat eventueel uit verschillende elkaar opvolgende bouwprojecten (nieuwbouw, uitbreiding of verbouwing). Dit met als doel om bestaande, nieuwe of te vernieuwen infrastructuur, binnen een termijn van ongeveer 10 jaar, zowel bouwtechnisch als functioneel in orde te stellen op een financieel verantwoorde wijze. Het denken op middenlange termijn met het oog op het creëren van een duurzame infrastructuur die de eerstkomende decennia stand houdt, ontbreekt in dergelijke vraagstelling. Dit is evenwel de basis voor VIPA om een geïntegreerd investeringsbeleid te kunnen ondersteunen.
In dit opzicht gaat het verlenen van een subsidiebelofte of een principieel akkoord voor een bepaald bouwproject immers altijd samen met de goedkeuring van het masterplan waarin dit project kadert.
Ons inziens kan een investering zoals "plaatsing van fotovoltaïsche installatie", "aanbrengen van dakisolatie", "plaatsen van dubbele beglazing", "vervanging verwarmingsinstallatie door een hoogrendementsketel" enkel deel uitmaken van een groter geheel van een bouwproject uit een masterplan, waarvoor dan globaal investeringssubsidie gevraagd kan worden.
Het apart subsidiëren van een dergelijke kleine investering, ook al blijkt ze zinvol in het kader van energiebesparing of voor verhoging van het comfort van de residenten, is om hoger aangehaalde redenen niet aangewezen. Bovendien zijn er wellicht andere subsidiemechanismen (o.m. premies voor rationeel energiegebruik) die men hiervoor kan aanspreken (www.energiesparen.be).