Normaal LettertypeGroter LettertypeGrootste Lettertype
U bent hier:
 
 

Regelgeving brandveiligheid WVG

1. Algemene normen - federale regelgeving

De gemeenschappelijke voorschriften voor brandveiligheid, voor alle categorieën van gebouwen ongeacht hun bestemming, worden bepaald in de federale basisnormen, het  Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 "Basisnormen brandpreventie". (gewijzigd door het KB van 19-12-1997 (KB 19/12/1997), het KB van 4 april 2003, het KB van 13-06-2007 en het KB van 1-03-2009). De basisnormen gelden voor alle nieuwe gebouwen en zijn niet van toepassing voor ‘bestaande’ gebouwen. In functie van de datum van indiening van de bouwaanvraag wordt een gebouw al dan niet als ‘bestaand’ beschouwd. Hoge en middelhoge gebouwen waarvoor de bouwaanvraag werd ingediend vóór 26 mei 1995 en lage gebouwen waarvoor een bouwaanvraag werd ingediend vóor 1 januari 1998 worden beschouwd als ‘bestaande’ gebouwen.

Daarnaast zijn voor de openbare instellingen en de instellingen van openbaar nut en voor het personeel dat er tewerkgesteld is ook de bepalingen van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, het ARAB van toepassing. De basisteksten van de brandreglementering in het kader van de arbeidsovereenkomst zijn opgenomen in de artikels 52 en 63bis (KB van 10 mei 1968). Het artikel 52 (ARAB Titel II, hoofdstuk I, sectie V) bepaalt de voorzorgen tegen brand, ontploffing en toevallige lekken van schadelijke en ontvlambare gassen. Het artikel 63bis (ARAB Titel II, hoofdstuk II, sectie I) bepaalt de normen voor veiligheidsverlichting.

2. Specifieke normen - Vlaamse regelgeving

Naast de basisnormen gelden voor een aantal sectoren binnen het beleidsdomein WVG ook nog specifieke brandveiligheidsnormen. Deze specifieke brandveiligheidsnormen omvatten algemeen geldende normen voor alle gebouwen binnen de bepaalde sector en vormen een onderdeel van de erkenningsvoorwaarden voor deze voorzieningen. Het onderscheid tussen ‘nieuwe’ en ‘bestaande’ gebouwen volgens de basisnormen wordt niet consequent doorgetrokken in alle specifieke normen.

2.1 Ouderenvoorzieningen en centra voor herstelverblijf:
Besluit van 9 december van de Vlaamse regering tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan ouderenvoorzieningen en centra voor herstelverblijf moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor de uitreiking van het attest van naleving van die normen
            
- Meer info - vragen brandweer
- Toelichting besluit (versie maart 2014)

Opmerking
: voor lokale dienstencentra gelden geen specifieke brandveiligheidsnormen.
Enkel de algemene normen brandveiligheid kunnen hier van toepassing zijn.

2.2 Kinderopvang:
 
Besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 over de gunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters

- Bijlage 2: specifieke brandveiligheidsnormen groepsopvang baby's en peuters - PDF
 
2.3 Ziekenhuizen: 
Koninklijk Besluit van 6 november 1979 tot vaststelling van de normen inzake
beveiliging tegen brand en paniek waaraan ziekenhuizen moeten voldoen
 

2.4 Serviceflats:  
Besluit van 15 maart 1989 van de Vlaamse Regering houdende de specifieke
veiligheidsaspecten waaraan de serviceflatgebouwen, de woningcomplexen met
dienstverlening en de rusthuizen moeten voldoen om te worden erkend 
   

De specifieke NBN-normen waarnaar in bovenstaand besluit wordt verwezen kunt u hieronder terugvinden:
- NBN S 21 202 (1980)
- NBN S 21 202 (1984) - wijzigingen

Voor de andere sectoren gelden geen specifieke normen.

Nagaan of de huidige of toekomstige infrastructuur overeenstemt met de normen voor brandveiligheid betekent meestal dat de inhoud van verschillende besluiten moet afgetoetst worden. Uit ervaring blijkt dat dit geen eenvoudige oefening is. Het is daarom sterk aan te raden om specialisten in deze materie bij het ontwerpproces te betrekken. 

 
 
 
Developed by RealDolmen