De buitenruimten vormen het geheel van: parkeervoorzieningen, fietsenstallingen, toegangspaden, publieke pleinen of tuinen … Ruim en omvangrijk of juist zeer beperkt, ze maken steeds deel uit van de woonzorgcentra en hun omgeving.
Ze vormen steeds een belangrijke schakel binnen de bereikbaarheid van het gebouw. Voor heel wat gebouwen zullen ze ook structurerend werken en het intuïtief gebruik ondersteunen. Zo worden ook de meest elementaire zaken zoals de parkeervoor-zieningen en de hoofdtoegangen op het terrein vlotter traceerbaar.
Aandachtspunten ruimtelijke context
Bereikbaarheid van het gebouw
Het eenvoudig kunnen ‘vinden’ van het gebouw vanuit de omgeving hang af van verschillende factoren zoals de ligging, de bekendheid, het intuïtief lezen van de omgeving, de zichtbaarheid … Is het gebouw minder evident gelegen, zorg dan voor een goede signalisatie op de openbare weg, vanaf de halteplaats, het stadscentrum,enz.
Zorg ook steeds voor een goede signalisatie op het terrein zelf. Geef de locatie van de parkeervoorziening, de fietsenstalling, de toegang voor leveranciers, de hoofd-toegang tot het gebouw, enz. duidelijk aan.
Parkeervoorzieningen
Parkeervoorzieningen worden voor de meeste gebruikers aanzien als ‘bezoekers parkeerplaatsen’, een zone waar externen hun wagen kunnen stallen. Er zijn echter meerdere wijzen waarop bezoekers de voorziening gebruiken zoals met het openbaar vervoer, met de fiets of te voet.
Het eigen wagengebruik van de bewoners zal niet meer (of zeer zelden) voorkomen. Bewoners worden gebracht of gehaald waarbij een voorrijdmogelijkheid – een zone waar men tot aan de deur kan rijden, daar iemand kan afzetten en pas daarna gaat parkeren – een essentieel element vormt in de algemene bereikbaarheid. Loopafstanden worden op deze wijze steeds beperkt. Ter hoogte van de voorrijd-mogelijkheid ook een zitelement voorzien zoals een bank zorgt er tevens voor dat het ‘wachten op de parkeerder’ op een comfortabele manier kan plaatsvinden.
Als streefdoel moet iedereen de mogelijkheid hebben om op een comfortabele, zelfstandige manier gebruik te maken van de parkeervoorziening. Voor auto-mobilisten houdt dat onder andere in dat gezorgd wordt voor goed bereikbare aangepaste- en/of comfortparkeerplaatsen. Voor fietsers betekent dat een goede inplanting van de fietsenstalling en voldoende ruimte voor alternatieven zoals scooters.
Voorbehouden parkeerplaatsen voor personen met een beperking mogen alleen gebruikt worden door personen die in het bezit zijn van een geldige parkeerkaart voor gehandicapten. Ook veel personen zonder dergelijke parkeerkaart hebben echter behoefte aan een comfortabele of een aangepaste parkeerplaats.
Denk aan ouderen die minder goed te been zijn, personen met problemen aan de luchtwegen of allergieën, gezinnen met jonge kinderen die met een buggy in en uit de auto moeten, zwaarlijvige personen … Reserveer voor die groep een aantal comfortplaatsen.
Toegangspaden
Toegangspaden zijn de looproutes naar de toegang tot het gebouw (op het eigen terrein). Ze verbinden de verschillende buitenruimten met de toegang van het gebouw.
Ook de verbinding tussen de parkeervoorziening en de toegang tot het gebouw vormt een belangrijke schakel. De aansluiting van de parkeervoorziening op de omringende looproutes is daarom een belangrijk aandachtspunt.
Ze moeten voor iedereen bruikbaar en veilig zijn, dus ook voor ouderen met een wandelstok, ouders met een kinderwagen en rolstoelgebruikers.
Ze vormen een veilige loopzone, zijn drempelloos, voldoende breed voor kruisende passage (min. 150 cm, optimaal 180 cm) en hebben een goede ondergrond.
Toegangspaden volgen steeds een logische weg en hebben een duidelijke structuur. Belangrijke aandachtspunten zijn steeds richtingsveranderingen en niveauverschillen.
Concrete en specifieke ontwerpcriteria
www.toegankelijkgebouw.be
- Parkeren
- Toegang(en)
U kunt deze pagina afdrukken.