De circulatieruimten zoals gangen, deurdoorgangen en sassen vormen de spil van het gebouw. Het zijn die zones die alle ruimten onderling met elkaar verbinden. Niet alleen hun dimensie, maar ook de wijze waarop zij afgewerkt zijn, kunnen een belangrijk element vormen voor bezoekers en bewoners.
De circulatieruimten vormen het geheel van: gangen en sassen, trappen en liften, deuren en toegangen tot de ruimten ...
Maar ook in de verschillende ruimten is er circulatieruimte nodig om de activiteiten te kunnen uitvoeren. Deze komen in de publieke zone voornamelijk voor in de inkom-hal, cafetaria…
Aandachtspunten ruimtelijke context
Logica
Gangen en routes volgen optimaal een eenvoudige en logische weg doorheen het gebouw. Zo vormen zij voor iedereen een leidraad.
Door bijvoorbeeld reeds tijdens het ontwerpen rekening te houden met logische structuren, vormgeving en organisatie zal ook de behoefte aan (extra) signalisatie en bewegwijzering beperkt blijven.
De opbouw en de structuur van gangen en sassen vormt een natuurlijke gidslijn doorheen het gebouw. Ze zorgen ervoor dat bezoekers zich snel in een ruimte kunnen oriënteren en deze intuïtief kunnen gebruiken.
In de ruimten dient op voldoende plaatsen circulatieruimte voorzien te worden om een activiteit te kunnen uitoefenen (bijvoorbeeld verplaatsing tussen meubilair of van de toegang naar een bureau…).
Binnen het circuleren door het gebouw vormen zaken zoals richtingsveranderingen, en het nemen van niveauverschillen belangrijke aandachtspunten.
Horizontaal circuleren
- Circuleren op de afdeling
Verticaal circuleren
De meeste woonzorgcentra beschikken over meer dan één bouwlaag waardoor verticale circulatie vereist is.
In een woonzorgcentrum vormt het gebruik van de liften een grotere prioriteit dan de trappen. Dit niet alleen omwille van de grote groep ouderen die aanwezig zijn, maar ook omwille van de snelheid van het zich verplaatsen en het daarbij horende comfort. Trappen worden in de meeste gevallen voornamelijk gebruikt door bewoners of personeel.
Plaats trappen en liften steeds centraal, goed zichtbaar en vlot lokaliseerbaar vanaf de looproute. Ze worden ingeplant op een logische plek. Bij het in en uitstappen sluiten de liften aan op centrale circulatiepunten zoals bijvoorbeeld een algemene circulatieroute doorheen het gebouw, een inkomhal of een toegangszone tot een afdeling.
Liften zijn steeds rolstoeltoegankelijk en beschikken over het nodige gebruikscomfort. Dit betekent steeds dat de interne afmetingen van de kooi een minimale breedte van 110 cm, een minimale diepte van 150 cm hebben.
Minimum één lift is geschikt voor liggend vervoer.
Liften en trappen vormen steeds een onderdeel van de publieke zone van het gebouw. Wanneer zij rechtstreeks uitkomen op een afdeling (en dus niet via een voorgelegen sasruimte) kan een knelpunt bestaan met betrekking tot de beveiliging en de controle van bewoners (wegloopgedrag).
Net zoals de toegang tot trappenhallen vormt het gebruik van de liften dan ook een belangrijk aandachtspunt; gebruik van code, badges, drukknoppen een beide zijden van de kooi en op een bereikbare hoogte (in de bedieningsboord tussen 90 cm en 120 cm)…
Deuren
- Toegang tot een ruimte
Visuele accenten
Vanuit de circulatieruimten wordt de aansluiting voorzien naar de verschillende afdelingen, toegangen tot (dienst)ruimten, enz. Voorzie op al deze punten een duidelijke signalisatie zodat men weet of er een toegang is tot een ruimte, welke ruimte men betreedt, waar men binnen en buiten kan...
Niet alleen signalisatie, maar ook het kleurgebruik en de vormgeving van bijvoorbeeld deurkaders kunnen eenvoudig bijdragen tot een betere zichtbaarheid.
Contrasten tussen vloeren en wanden, maar ook een contrast tussen de plint en de aanliggende wand zullen onrechtstreeks een sturend effect hebben waardoor de zichtbaarheid en de leesbaarheid van de ruimte vergroot.
Concrete en specifieke ontwerpcriteria
www.toegankelijkgebouw.be
- (Loop)routes
- Niveauverschillen
U kunt deze pagina afdrukken.