Circulatieruimten in de semipublieke zone van het gebouw vormen voor een groot deel ook de leefwereld van de bewoners. Om deze reden hebben gangen een grote sociale waarde. Ze worden niet alleen gebruikt als route tussen de ruimten op de afdeling, ook dagelijkse wandelingen, kleine rustplekken, ontmoetingszones … komen hierin voor.
Een belangrijk gegeven zal niet alleen de functionaliteit zijn van de ruimten, maar ook de leesbaarheid (duidelijke bewegwijzering), huiselijkheid, enz.
Naast routes (zoals de gangen), zullen op heel wat plaatsen intern in de ruimten circulatieruimten belangrijk zijn. Voorbeelden hiervan zijn onder andere de passage van karren, de circulatieruimten nodig voor het personeel tussen tafels en stoelen in de eetruimte …
In de semipublieke delen zal het circuleren zich horizontaal bevinden (op één niveau). Circuleren vanuit de afdeling naar of tussen verschillende niveaus gebeurt voornamelijk in functie van een uitstap, een cafetariabezoek … De lift vormt dan een belangrijk aspect. Deze wordt echter niet mee opgenomen in dit deel maar wel in de aanbevelingen met betrekking tot de publieke zone van het gebouw.
Aandachtspunten ruimtelijke context
Structuur van de afdeling
De circulatieruimten op de afdeling verbinden de verschillende functieruimten met elkaar. Organisatorisch zie je dat de verschillende ruimten (zowel voor bewoners als voor personeel) op een bepaalde wijze aan elkaar gekoppeld worden:
- toegang tot de afdeling die meestal aansluit op de verpleegpost en meer
administratieve ruimten;
- verpleegpost met overzicht over de gemeenschappelijke verblijfsruimten zoals
eet- en leefruimten;
- verblijfsruimten met een vrij directe toegang tot een kine- of ergoruimte;
- gemeenschappelijke sanitaire ruimten die kortbij de gemeenschappelijke
verblijfsruimten gelegen zijn;
- passage (doorstroom) naar de kamers via de verpleegpost en de gemeen-
schappelijke verblijfsruimten;
- gemeenschappelijke badkamers ingeplant op een centrale plaats en zowel
bereikbaar vanuit de gemeenschappelijk verblijfsruimten als de kamers.
Deze aaneenschakeling groepeert de zones waar grotere en minder grote activiteit aanwezig is. Structureel worden dan ook de grote circulatiepieken (met meerdere personen) vaak op één plaats opgevangen. Afhankelijk van het concept is dit vaak de toegang tot de afdeling met de gemeenschappelijke verblijfsruimten.
Maatvoering gangen
Algemeen dienen de circulatieruimten afgestemd te worden op dubbele passages met hulpmiddelen (rolstoel, bedden, karren). Een minimale vrije doorgangsbreedte van 180 cm (optimaal tussen de aanwezige leuningen) moet gegarandeerd zijn. Deze breedte laat toe om op een comfortabel wijze met bijvoorbeeld twee rolstoelen, een rolstoel en een persoon met een looprekje … elkaar in tegenovergestelde looprichting te kruisen.
Wil men toelaten dat ook een kruising van bijvoorbeeld een rolstoelgebruiker en een bed kan gebeuren, dan dient men een grotere vrije breedte van minimaal 220 cm te voorzien (voor het kruisen van twee bedden minimaal 240 cm).

Daarnaast moet de verhouding tussen de vrije doorgang van deuren en de breedte van gangen in verhouding staan tot het gebruik ervan. Wanneer men bijvoorbeeld met een bed een kamer wil uitrijden zal men steeds rekening moeten houden met de nodige draaicirkels. De breedte van de gang zal steeds bepalen of men met een vrije doorgang van 105 à 110 cm (kamerdeur) met het bed de gang in kan rijden of niet.
In functie van de regelgeving met betrekking tot de erkenning en de brandveiligheid moeten gangen van woonzorgcentra een minimale breedte van 180 cm te hebben. De vrije doorgangsbreedte moet tussen de leuningen beschikbaar zijn (en niet tussen de wanden) zodat men de volledige netto ruimte krijgt om comfortabel te kunnen circuleren.
Gangen en rustpunten
Gangen zijn volledig drempelloos. Dit betekent over de volledige zone zonder niveauverschillen, ook ter hoogte van een doorgang naar een andere ruimte of buitenruimten.
Ze hebben best een rechte structuur, waarbij het overzicht over toegangen tot gemeenschappelijke verblijfsruimten duidelijk zichtbaar zijn.
Lichtpunten op het einde van een gang of een zicht naar buiten toe ter hoogte van richtingsveranderingen ondersteunen de leesbaarheid en de huiselijkheid.
Rustpunten:
Gezien de sociale waarde van gangen, zal dit ook een plaats van ontmoeting zijn. Gangen op de afdeling worden gebruikt door de bewoners als leefruimten; het sociale aspect tijdens het wandelen, het onderweg zijn naar een vriend of vriendin enkele kamers verder, enz.
Heel vaak zal spontaan een zithoekje ontstaan waar enkele stoelen of zetels geplaatst worden. Bewoners zoeken elkaar op en zullen gangen of grote circulatiepunten aangename plaatsen vinden om te vertoeven, vaak puur omwille van de aanwezige levendigheid.
Voldoende rustpunten, onder de vorm van een zitelement, zorgen er voor dat bewoners gedurende het zich verplaatsen een moment krijgen waarop ze op adem kunnen komen.
Deze mogen echter nooit de looproute versperren. Dit kan door plaatselijk een verbreding van de gang te voorzien, nissen in te werken, open ruimten te koppelen aan de gangen…
In het bijzonder voor personen met dementie zijn er specifieke aandachtspunten te vermelden betreffende het ontwerp van gangen en rustpunten. Zie hiervoor :
- Concretisatie van dementievriendelijke ontwerpprincipes
Afwerking van de gangen
Leuningen
Gangen (circulatieroutes) kunnen soms lang zijn in de ogen van een minder mobiele bewoner. Naast het inlassen van rustmomenten dient hiervoor elke gang uitgerust te worden met leuningen. Deze bieden de nodige ondersteuning om de verplaatsing comfortabel mogelijk te maken.
Leuningen moeten aan beide zijden van gangen aanwezig zijn en continue doorlopen (onderbroken ter hoogte van deuren en doorgangen). De hoogte is optimaal afgestemd op de gemiddelde gebruiker. Hiervoor wordt steeds een gemiddelde voorzien van 85 à 95 cm ten opzichte van het vloerpas.
Leuningen hebben optimaal een ronde of ovale vormgeving met een diameter van 4 cm à 5 cm. Tussen de wand en de leuning is een 5 cm à 6 cm vrije ruimte die toelaat goed greep te hebben zonder met de hand tegen de wand te botsen.


Stootranden
Omwille van de grote passage met o.a. hulpmiddelen en andere toestellen, worden de wanden in een gang vaak beschermd met stootranden en hoekprofielen. Ook in functie van het onderhoud en de duurzaamheid vormen deze elementen een belangrijk detail.
Materiaalkeuze
De keuze van afwerkingmaterialen voor de gangen zijn een belangrijk element om een extra toets te kunnen geven aan de herkenbaarheid of de huiselijkheid.
Leuningen moeten niet alleen goed in de hand liggen, ze voelen best ook niet koud aan. Ook de kleurkeuze voor de wanden kunnen een invloed hebben op de zichtbaarheid …
Visueel contrast tussen de wanden en de vloeren zijn steeds noodzakelijk.
Daarnaast maken kleine details vaak een groot verschil. Vermijdt bijvoorbeeld geluidslast, die ontstaat door met karren door de gangen te rijden, door de diepte van de voegen van de bevloering te optimaliseren. Ook voor het gebruik van verrijdbare tilliften is een voegloze vloerafwerking noodzakelijk voor een comfortabel gebruik.
Verlichting
Circulatieroutes hebben steeds nood aan een goede verlichting. Obstakels worden duidelijker, worden sneller opgemerkt, ook het ontmoeten van mensen en herkennen van personen wordt ondersteunt.
Naast een algemene verlichting, die bovendien niet verblindend mag zijn, kan accentverlichting zorgen voor een betere zichtbaarheid en de ondersteuning van een huiselijker karakter van de ruimten.
U kunt deze pagina afdrukken.