Een transfer van een zorgvrager kan bestaan uit zich verplaatsen, gaan staan, gaan zitten en/of liggen. Bij elke verzorgende activiteit vinden transfers in een of andere vorm plaats.
Bij een verplaatsing gaat de zorgvrager zelfstandig of met hulp van de ene naar de andere plaats (bv. van rolstoel naar bed).
Bij het overzetten gaat de zorgvrager van de ene naar de andere houding of positie (bv. van zit naar lig).
Aandachtspunten en ruimtegebruik
Waarom een manuele transfer?
Zolang een zorgvrager actief mee kan helpen bij het uitvoeren van een transfer dienen deze functies ingezet te worden en zal vaak manuele hulp geboden worden door een zorgverlener. Redenen hiervoor zijn:
- een manuele tilhandeling neemt minder tijd in beslag aangezien het gebruik van
een hulpmiddel meer handelingen vereist;
- de actieve functies van een zorgvrager moeten zoveel als mogelijk worden onder-
steund;
- de minder afhankelijke positie van de zorgvrager.
Let op: op het juiste moment dient overgeschakeld te worden naar het gebruik van tilliften, enerzijds om zorgverleners te ontlasten, anderzijds voor meer comfort voor de zorgvragers.
- Gebruik van tilliften
Ruimtegebruik bij het uitvoeren van een transfer
Om een manuele transfer te kunnen uitvoeren is steeds een vrije zone ter hoogte van het inrichtingselement van +/-170 cm (d) x 150 à 170 cm (b) nodig.

De zorgverlener moet namelijk steeds:
- de rolstoel goed kunnen opstellen ter hoogte van het object (bed, zetel …);
- achter of langs de rolstoel uit kunnen stappen om plaats te nemen voor de rol-
stoel, de voetsteunen open te klappen en de remmen op te zetten;
- plaats te kunnen nemen ter hoogte van de zorgvrager om de persoon te onder-
steunen en te begeleiden bij het rechtkomen;
- de persoon kunnen ondersteunen en begeleiden bij het maken van de (zijde-
lingse) verplaatsing.
Ruimtegebruik
Simulatievoorbeeld: Transfer rolstoel–bed: manuele ondersteuning
U kunt deze pagina afdrukken.