Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Normaal LettertypeGroter LettertypeGrootste Lettertype
U bent hier:
 
 

Gemeenschappelijke verblijfsruimten: eet- en leefruimte

Eet- en leefruimten maken deel uit van de dagelijks bezochte ruimten van zowel bewoners als bezoekers. Ze maken voor een groot stuk deel uit van de sociale context waarin bewoners verblijven in de voorziening.

 

Het zijn naast ontmoetingsplekken ook ruimten waar men een grotere activiteit verwacht. Heel vaak worden deze ruimten multifunctioneel ingezet: eetmomenten, verblijven, ontvangen van bezoekers, dagactiviteiten ...

 

Om deze reden dienen zij vanaf de start optimaal ontworpen te worden om ruimtelijk meerdere activiteiten en een grotere groep mensen te kunnen plaatsen.

 

De keuze om deze functies (eet- en leefruimte) al dan niet samen te voorzien of op te delen is steeds afhankelijk van de interne werking. Doch zal deze keuze mede de ruimtelijke context beïnvloeden.

 

Aandachtspunten ruimtelijke context

Locatie

Eet- en leefruimten zijn best gelegen op een centraal punt op de afdeling. Een goed zicht vanuit de verpleegpost op het alledaags gebeuren of met andere woorden een toezichtmogelijkheid, wordt vaak als belangrijk punt voorop gesteld. Ook de aan-sluiting van deze gemeenschappelijke verblijfsruimten op een buitenruimte of terras wordt als prioritair aanzien.

 

Worden deze functies elk in een eigen aparte ruimte voorzien, dan zijn zij optimaal ook kort bij elkaar gelegen. Zo worden loopafstanden beperkt.

 

Leefruimten zijn ontmoetingsruimten. Het zicht op bedrijvigheid is omwille van het sociale aspect niet onbelangrijk. Bewoners wensen ook dat deze ruimten kortbij de toegang tot de afdeling gelegen is gezien daar vaak meer zicht is op passage of activiteiten. Dit zorgt er tevens voor dat bezoekers geen te lange afstanden moeten afleggen om deze ruimte te bereiken. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is steeds dat de locatie geen knelpunt mag vormen voor de algemene circulatie.

 

Dimensionering

Eet- en leefruimten worden gebruikt voor heel wat activiteiten. Het functionele aspect zal dus steeds moeten primeren. Hoofdactiviteiten zijn steeds een maaltijd nuttigen en tijdelijk verblijven. De nodige gebruiksruimte ter hoogte van tafels, stoelen en/of zetels moet minimaal gegarandeerd zijn. 

 

Hou voor het ontwerpen van verblijfsruimten steeds rekening met een groot gebruik van hulpmiddelen en de aanwezigheid van meerdere personen tegelijk.

De dimensionering van de ruimte dient dus steeds afgestemd te worden op het gebruikscomfort van meubilair en flexibele inrichtingsmogelijkheden:

-    In een zitruimte moet plaats voorzien worden voor zetels, tafels en stoelen, een
     televisiehoek, het plaatsen van rolstoelen of comfortstoelen…

-    In een eetruimte zijn tafels en stoelen de basisinrichting, karren worden gebruikt
     voor de bedeling van maaltijden. Tafels en stoelen moeten vlot bereikbaar zijn,
     karren mogen niet in de weg staan.

-    In elke ruimte moet men vlot kunnen circuleren, rekening houdend met de
     aanwezigheid van het nodige meubilair.

 

Daarnaast dienen deze ruimten ook een goede gebruiksruimte te hebben om het verlenen van hulp en zorg te ondersteunen. Dit is in eerste instantie cruciaal opdat het personeel zijn taken zonder knelpunten kan uitvoeren. Maar ook voor de passage van bewoners en vrijwilligers.

-    Zorgverlening en het gebruik van verplaatsingshulpmiddelen
-    Gebruik van tafels en stoelen
 

Ook zal de aanwezigheid van meerdere toegangen tot de ruimte, of opdeelbaarheid van de ruimte door een flexibele wand mee ingerekend moeten worden vanaf de start. Dit zal zich voornamelijk resulteren in de noodzaak om meer circulatiezones en -routes te voorzien doorheen de ruimte om het functioneel gebruik te onder-steunen.

 

Huiselijkheid

De gemeenschappelijke verblijfsruimten vormen de woonruimte van de bewoners. Net zoals in een thuissituatie vormt de beleving van de ruimte een belangrijk aspect om de woonkwaliteit te kunnen garanderen.

 

Huiselijkheid heeft een onrechtstreeks verband met toegankelijkheid omwille van de sociale waarde die hierbij hoort. Een ongezellige ruimte zal niet aanspreken om er te verblijven, het zal minder mogelijkheden scheppen tot ontmoeten en kan zo groter isolement voor de bewoners tot gevolg hebben.

 

Niet alleen het materiaalgebruik bij de afwerking, de keuze van kleurgebruik of de details zoals de kasten en of tafels, maar ook de vormgeving van de ruimte

(mogelijkheden in functie van de inrichting) vormen belangrijke aandachtspunten.

 

Met het laatstgenoemde, de vormgeving, komen we dan weer terecht bij het fysieke aspect van toegankelijkheid. Laat de structuur van de ruimte niet toe om creatief te zijn, dan zal er nadien ook veel moeite ondervonden worden om huiselijkheid te creëren.

 

Ook de wijze waarop de ruimte wordt ingepland, zoals een open of gesloten structuur ten opzichte van de rondliggende gangen, een ligging op het einde of te midden van de gang … zal de belevingswaarde sterk beïnvloeden.

 

Flexibele inrichtbaarheid:

Bewoners hebben nood aan de herkenbaarheid van een zithoek of een eethoek.

 

Naargelang het aantal bewoners zal men hier flexibel mee moeten omspringen. Stem de inrichtingsmogelijkheden (aantal en grootte meubilair) af op het bewonersaantal en op de activiteiten die er kunnen voorkomen

 

Worden de eet- en leefruimte samen in een ruimte voorzien, dan wordt de ruimte -  gezien de grootte - vaak minder gezellig. Rechthoekige en vierkante ruimten zijn meestal moeilijker in te richten dan een L-vormige ruimte. Deze laatste zal vaak veel meer de huiselijkheid ondersteunen door het perspectief dat in de ruimte ontstaat (hoekjes ontstaan vrijwel spontaan).

 

In het bijzonder voor personen met dementie zijn er specifieke aandachtspunten te vermelden betreffende het ontwerp en de inrichting van eet- en leefruimten. Zie hiervoor :
-    Concretisatie van dementievriendelijke ontwerpprincipes

 

Licht en zicht:

Vanuit de verblijfsruimten moet een maximaal zicht naar buiten nagestreefd worden. De aansluiting op een buitenruimte zorgt er meestal ook voor dat er een betere licht-inval is en dat er vanuit verschillende plaatsen in de ruimte een aangenaam zicht naar buiten mogelijk is.

 

Leefruimten moeten steeds een goede basisverlichting hebben, zeker ter hoogte van de zones waar activiteiten plaatsvinden zoals de tafels bij het eten, ter hoogte van de zetels voor het lezen van een boek of de krant…

 

Ook de tv-hoek vormt een belangrijk element. Voorzie een goede oriëntering zodat er geen knelpunt ontstaat in functie van lichtinval (verblinding).

 

Ringleiding

De eet- en leefruimte wordt meestal ook uitgerust met één of meer televisie-toestellen. Aangezien een groot aantal van de bewoners gebruik maakt van een hoorapparaat is het aangewezen om de gemeenschappelijke eet- en leefruimte(n) uit te rusten met een ringleiding. Een ringleiding zorgt ervoor dat slechthorenden met een hoortoestel het geluid van bijvoorbeeld de televisie kunnen beluisteren.

 

Gemeenschappelijke buitenruimte

Voor het welbevinden van de bewoners zijn buitenlucht en buitenlicht belangrijk. Gebruik kunnen maken van een buitenruimte heeft dan ook een grote waarde voor het wooncomfort van de bewoners. Elke afdeling beschikt optimaal over een eigen (afgesloten) buitenruimte. Het is niet altijd mogelijk deze rechtstreeks aan te sluiten op de leefruimte, doch dit is sterk aan te raden.

 

Een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van de buitenruimte zal het zelfstandig gebruik ervan langer ondersteunen. Een goed zichtbare en voldoende brede toegang, een makkelijke bediening van de deur of het raam en het vermijden van niveau-verschillen of drempels zijn belangrijke aandachtspunten hierbij.

 

Om de privacy van de bewoners zoveel als mogelijk te respecteren is het belangrijk dat de vormgeving van de buitenruimte de keuze laat om met anderen of alleen te zitten. Voorkom groepsdruk door het plaatsen van meerdere tafels en stoelen.

 

De buitenruimte kan een terras of een tuin zijn. In beide gevallen is een voldoende grote verharde zone nodig om stoelen en tafels te plaatsen. In de tuin zorgen vol-doende brede paden en rustpunten, bijvoorbeeld onder de vorm van een bank, voor het aangenaam vertoeven.

 

Denk aan een adequate afscherming tegen ongewenste inkijk. De tuin of het terras worden steeds afgesloten in functie van de veiligheid (wegloopgedrag). Bij voorkeur gebeurt dit op een zo natuurlijk mogelijke manier (bijvoorbeeld draad met planten ervoor) om bewoners geen opgesloten gevoel te geven.

 

Er dient voldoende aandacht te gaan naar de keuze van beplanting. Sommige planten zijn giftig en moeten vermeden worden.

Indien bewoners in de mogelijkheid zijn om enkele planten te onderhouden is de keuze voor plantenbakken op werkhoogte aangewezen. Bewoners moeten zich niet of minder bukken en zittend werk is mogelijk.

U kunt deze pagina afdrukken.

 
 
 
Developed by RealDolmen