Woonzorgcentra hebben steeds de taak om de bewoner een verblijfscomfort te bieden met een optimale zorgverlening. De private kamer (aanzien als een thuis-vervangend milieu) vormt hierbij een belangrijke uitvalsbasis. Naargelang de leefwijze of mogelijkheden zullen hier heel wat activiteiten en handelingen plaatsvinden.
Niet iedere bewoner wenst eenzelfde graad van gemeenschappelijk verblijven. Het betreft daarom een ruimte waar op een zeer beperkte oppervlakte een aantal basisactiviteiten vervuld moeten worden: wonen in een beperkte ruimte, bezoek ontvangen, eten, nachtrust (slapen), zorgverlening, hygiëne (sanitair)…
De kamer dient niet enkel een antwoord te geven op een vaak wisselende groep van bewoners. Hij dient ook flexibel inzetbaar te zijn voor de verschillende noden die een bewoner kan hebben in functie van het ontvangen van zorg.
Aandachtspunten ruimtelijke context
Organisatie kamer
De kamer, als private entiteit binnen het complex, omvat steeds de volgende drie zones:
- een toegangszone: de wijze van binnen komen, de bereikbaarheid van de deur,
de doorstroom naar het woon- en slaapgedeelte;
- een zone voor de sanitaire cel: de keuze van het type en de inrichting, de ligging
en bereikbaarheid van de ruimte;
- een zone voor wonen en slapen: de algemene oriëntatie van de ruimte ten
opzichte van de gangzijde (langwerpig of zijdelings), inrichtingsmogelijkheden;
- (ruimte voor opbergen).
Elk van deze zones dient afgestemd te worden op de handelingen die er moeten plaatsvinden. Dit steeds zowel vanuit het perspectief van de zelfstandige gebruiker als vanuit de zorgverlening.
- Slaap- en woongedeelte
- Sanitaire cel
De keuzes die men maakt voor de functionaliteiten van een sanitaire cel zullen resulteren in een ruimtelijke puzzel. De wijze van opbouw en het organiseren van elk van deze zones ten opzichte van elkaar zal steeds de bruikbaarheid en de inricht-baarheid bepalen.
Dimensionering van de kamer
De vorm en grootte van de kameronderdelen, zal in grote mate bepaald worden door de structuur van het grotere gebouw. Naargelang de basisoriëntatie (langwerpig of dwars) van de kamers zullen eventueel bijsturingen moeten gebeuren om een kamer-zone te optimaliseren.
Een minimale maat voor de breedte (dwarse opstelling ten opzichte van de gang) of de diepte (langse opstelling ten opzichte van de gang) van de kamer zullen steeds bepalend zijn voor de mogelijke opstelling van meubels en circulatiezones zoals de mogelijkheid om het bed te bereiken, tafel en kasten te gebruiken, de wijze van toegang tot de sanitaire cel, enz.
Door het kiezen van bepaalde types of oplossingen binnen de kamerorganisatie (type sanitaire cel, mogelijke opstellingen voor het bed …) zullen beperkingen of mogelijk-heden, voor en nadelen of knelpunten ontstaan voor het gebruik ervan.
De maatvoering is dus steeds een puzzel van de mogelijkheden in functie van het zorgaspect, de woonkwaliteit en het kiezen van voor- of nadelen.
Inrichtbaarheid
Elke private kamer moet steeds voorzien in basismeubilair (bed, nachtkastje, zetel, tafel met stoel(en), kast, ruimte voor koelkast). Daarnaast moet de bewoner de vrijheid hebben eigen meubilair mee te brengen. Dit is heel vaak net wat ruimer dan het gemiddelde.
De inrichtbaarheid van de ruimte zal steeds bepaald worden door de aanwezigheid van vaste of losse voorzieningen, een aantal technische elementen zoals centrale techniekenwand (aan hoofdeinde van het bed), aanwezige verwarmingselementen, vaste televisieaansluiting, stopcontacten, enz.
Naast de persoonlijke inrichtingskeuzes zal ook de gebruiksruimte die nodig is voor het verlenen van de zorg een belangrijk, zo niet het belangrijkste aandachtspunt vormen. Wordt de zorgvraag van een bewoner groter, dan moet de inrichting eventueel gewijzigd worden zodat bijvoorbeeld het bed beter bereikbaar is.
Bergruimte
Een minimale bergruimte (kast) moet gegarandeerd zijn zowel in de slaap- en het woongedeelte als in de badcel. Indien deze niet als vast element voorzien is, moet deze afgestemd worden in functie van de inrichtingsmogelijkheden.
Een goede bereikbaarheid voor bewoner en hulpverlener is steeds de basiseis om de locatie te bepalen.
Zowel vaste als meer flexibele oplossingen zijn mogelijk. Flexibele opstellingen geven voordelen in functie van de aanpassing aan wijzigende bewoners of omstandigheden. Vaste opstellingen mogen de flexibiliteit van het gebruik van de kamer niet hinderen.
Typevoorbeelden
Verschillende typevoorbeelden kunnen weergegeven worden in functie van de keuzes die gemaakt worden. De opgenomen voorbeelden zijn niet steeds de meest optimale, doch veel voorkomende types:
- Kamerorganisatie voorbeeldtype 1
- Kamerorganisatie voorbeeldtype 2
- Kamerorganisatie voorbeeldtype 3
- Kamerorganisatie voorbeeldtype 4 en voorbeeldtype 5
U kunt deze pagina afdrukken.