Het slaap- en woongedeelte van de private kamer is een ruimte waar heel wat bewoners langdurig verblijven. Daarnaast is het ook de ruimte die ter beschikking staat binnen de private sfeer om alledaagse activiteiten uit te kunnen voeren.
Binnen een zeer compacte ruimte vinden dus heel wat activiteiten plaats. Ook de mogelijkheden om vlot in en uit het bed te geraken, de zetel te bereiken, een tafel te gebruiken, zorg te verlenen hangen samen met beschikbare ruimte die ter beschikking staat in dit deel van de private kamer.
Aandachtspunten ruimtelijke context
Inrichting slaap- en woongedeelte
Voor de meeste bewoners is het belangrijk de mogelijkheid te krijgen om naast vast aangeboden meubilair ook meubilair van thuis te integreren:
- Is er in de ruimte mogelijkheid tot flexibel inrichten, wijzigingen tussen slaap-, eet-
en leefzone?
- Is er voldoende ruimte om ook wat loggere meubels te plaatsen en voldoende
circulatieruimte over te houden?
- Is er nog voldoende manoeuvreer- en gebruiksruimte aanwezig om zware zorg-
verlening te kunnen ondersteunen?
Een bed en een comfortzetel nemen de meeste functionele ruimte in beslag. Voornamelijk de plaatsingsmogelijkheden van het (hoog–laag) bed zullen cruciaal zijn: het aantal bereikbare zijden is bepalend voor het bieden van zorg en het gebruik van hulpmiddelen.
Gebruiksruimten
De gebruiksruimten worden gevormd door de verschillende activiteiten die plaats vinden in het slaap- en woongedeelte van de kamer.
Circuleren:
Algemeen dient men steeds een vrije doorgang van min. 90 cm, optimaler 100 cm tussen het meubilair te voorzien om een vlotte circulatie te kunnen garanderen. Niet alleen voor de bewoner zelf, maar ook voor bezoekers of het personeel.
Manoeuvreren:
Rolstoel- of ander hulpmiddelengebruik vraagt voldoende manoeuvreerruimte op cruciale plaatsen. Minimaal moet steeds een vrije zone aanwezig zijn waar men een draaicirkel kan maken:
- Zorgverlening en het gebruik van verplaatsingshulpmiddelen
Activiteiten:
Bijkomend moeten de nodige gebruiksruimten voor activiteiten zoals een maaltijd nuttigen, gebruik van tafels en stoelen, verblijven en slapen gegarandeerd zijn. Om elke activiteit zijn ruimte te geven dient de puzzel gemaakt te worden van onder andere:
- Gebruik van tafels en stoelen
- Gebruik van een hoog-laagbed
Minimale breedte en diepte
De dimensie van een ruimte zal steeds de bruikbaarheid ervan bepalen. Deze maatvoering is een optelsom van de ruimte die we nodig hebben om te circuleren, om inrichtingselementen te plaatsen en om deze elementen te kunnen bedienen of om activiteiten uit te voeren.
De minimale breedte zal voornamelijk bepaald worden door de plaatsing van het bed en de oriëntatie van het slaap- en woongedeelte ten opzichte van de gangzijde. Algemeen laat een breedte van 330 à 350 cm verschillende opstellingen van het bed toe (langs en dwars)
Dwarse oriëntatie t.o.v. de gang:
Bij een dwarse oriëntatie zal de inrichting van de kamer zich meestal rond het bed bevinden. De ruimte zal eerder een vierkante vorm krijgen.
Langse oriëntatie t.o.v. de gang:
Bij een langse oriëntatie zal de inrichting van de kamer zich eerder naast het leef- en slaapgedeelte bevinden (aparte zones). De ruimte zal eerder een rechthoekige vorm krijgen.
Bij het realiseren van kamers in serie (meerdere op een afdeling) wordt echter steeds gezocht naar een schakel (structuur) die een antwoord biedt op de specifieke criteria van het terrein, de interne werking en organisatie.
Raamopeningen
Het zicht naar buiten toe vormt een belangrijk aspect. Zicht naar buiten toe moet mogelijk zijn zowel vanuit liggende als vanuit zittende positie (zetel, tafel).
Raamopeningen dienen daarom steeds afgestemd te zijn op de mogelijke inrichting van de kamer. Ze mogen bijvoorbeeld geen knelpunt vormen voor het plaatsen van een tafel, rekening houdend bijvoorbeeld met het veiligheidsgevoel.
Optimaal is de rand van het raamkader gelegen op 65 à 75 cm ten opzichte van het vloerniveau. Dit garandeert dat ook vanuit liggende houding een volledig zicht behouden blijft. Met de rand van het raamkader wordt steeds de bovenrand van de onderregel bedoeld en dus niet de hoogte van de venstertablet.
Ramen tot op vloerniveau kunnen de ruimtelijkheid van een kamer en ook het vermijden van zichtbelemmering vergroten. Let wel, niet voor iedere bewoner vormen deze types raamopeningen een ideale oplossing omwille van de psychologische aspecten (schrik voor vallen, onduidelijke begrenzing van de ruimte).
Een mogelijkheid hiervoor is het opdelen van het raamvlak in verschillende vakken. De aanwezigheid van (horizontale) profielen wordt echter heel vaak ook als hinderlijk ondervonden. Ze worden dan ook tussen een hoogte van ongeveer 65 cm tot 150 cm (ooghoogte) vermeden.
Technieken
Zorg steeds voor een goede bereikbaarheid van aansluitpunten voor televisie, stopcontacten … Een minimale eis is dat bewoners vanuit het bed en/of zetel steeds het licht en een oproepknop kunnen bedienen.
Een televisietoestel voorzien aan de wand zal ook steeds minder ruimte innemen dan een ouder toestel op een tafel of kast. Nieuwbouwrealisaties evolueren naar vaste standaardvoorzieningen zoals bijvoorbeeld een aansluitpunt voor een flatscreen.
Om de mogelijkheid te laten toekomstgericht oplossingen te integreren worden een aantal extra (nog onbenutte) aansluitpunten voor het inpluggen van bijkomende toestellen, applicaties ... toegevoegd. Meer en meer wordt een technische balk (als geïntegreerd systeem) voorzien aan de bedzijde van de kamer waar allerlei functies in verwerkt worden zoals oproepsyteem, internetaansluiting, stopcontacten … Dit betekent ruimtelijk dat men de bedzijde van een kamer vanaf de start vastlegt.
Typevoorbeelden slaap- en woongedeelte:
- Slaap- en woongedeelte voorbeeldtype 1
- Slaap- en woongedeelte voorbeeldtype 2
- Slaap- en woongedeelte voorbeeldtype 3
-
Slaap- en woongedeelte voorbeeldtype 4
U kunt
deze pagina afdrukken.