De toegang tot het gebouw vormt de fysieke ‘poort’ naar de voorzieningen die erin gelegen zijn. Het vormt ook vaak het ‘uithangbord’ voor de aanwezige dienst-verlening en staat symbool voor de ‘openheid’ van het gebouw naar de buitenwereld toe.
De vormgeving, het kleurgebruik en de signalisatie ervan zullen steeds bijdragen tot een betere herkenbaarheid. Door de toegang goed in het zicht te voorzien, vergroot ook de oriëntatiemogelijkheid voor de bezoeker.
De basiselementen van de toegang als functie worden steeds gevormd door:
- de effectieve toegangsdeur, die toegang geeft tot het gebouw;
- de eventueel aanwezige sassen, waardoor men de inkomhal kan bereiken;
- de inkomhal zelf als onthaalfunctie en oriëntatiepunt, van waaruit men zich
verder doorheen het gebouw zal verplaatsen.
Aandachtspunten ruimtelijke context
Locatie
Vanaf de openbare weg is de toegang tot een gebouw het eerste punt waarop we ons oriënteren. Eens op het terrein moeten bezoekers de toegang tot het gebouw ook eenvoudig kunnen traceren. Naast de organisatie van de buitenruimte en de toegangspaden zal ook de locatie, de zichtbaarheid en de vormgeving van de toegang hiertoe bijdragen.
Als verschillende wegen naar dezelfde (hoofd)toegang leiden, moet deze ook vanuit elke richting duidelijk herkenbaar zijn. De manier waarop en waar de toegang is ingepland in het gebouw vormt dan ook voor de meeste bezoekers een ankerpunt.
Voorzie de (hoofd)toegang tot het gebouw dan ook best op een centrale plaats. Zorg vormelijk voor een accent zoals een luifel, verschil in materiaalgebruik, een accent-verlichting, naamaanduiding van het gebouw, enz. Zo zal hij visueel ook sneller opvallen. De toegang sluit steeds drempelloos aan op een toegankelijk toegangspad.
Eigenschappen van de toegang
De drempelloosheid ter hoogte van de toegangsdeur moet steeds gegarandeerd zijn. Omwille van o.a. de grote groep ouderen die er comfortabel gebruik van moet maken (met of zonder verplaatsingshulpmiddelen) betekent dit voor een woonzorgcentrum ook concreet zonder niveauverschillen (0-marge).
De toegangsdeur is voorzien van een voldoende vrije doorgangsbreedte en hoogte.
Een vrije doorgang van minimum 90 cm moet gegarandeerd zijn, een bredere door-gang zorgt ervoor dat iedereen op een comfortabele wijze de doorgang kan nemen.
Optimaal wordt gebruik gemaakt van een automatische schuifdeur. Een goed afgestemde sensor met een voldoende lange openingstijd (uitgaande van een tragere verplaatsingssnelheid) zijn belangrijk. Dit zorgt ervoor dat er een vlotte passage mogelijk is zonder dat er manuele handelingen moeten uitgevoerd worden voor het openen of sluiten van de deur.
Deuren in glas hebben een goede contrastmarkering (op drie hoogten) zodat ze visueel traceerbaar zijn.
Een overdekte toegangsdeur laat steeds toe het gebouw binnen of buiten te gaan via een overdekte zone. Zo staat men ook comfortabel indien men even moet wachten voor men kan binnengaan (bel, parlofoon…). Dit kan door bijvoorbeeld een luifel of een sas te voorzien. De binnenruimte van een sas beschikt over een minimale diepte van 150 cm en bij voorkeur minimum 180 cm, zodat men ook als rolstoelgebruiker met begeleider kan halt houden indien nodig.
Afwerking van de toegang
Zorg ter hoogte van de toegang steeds voor een duidelijke vermelding van de naam van het gebouw, het huisnummer en eventueel belangrijke gegevens zoals contact-gegevens, dienstverlening, enz.
Op gebouwniveau vormt de toegangsdeur ook een aandachtspunt in functie van de veiligheid (wegloopgedrag). Soms zal men zich moeten aanmelden om toegang te krijgen tot het gebouw. Zorg er dan ook voor dat de bel of parlofoon vlot bereikbaar is, geplaatst is op een goede hoogte en vlot bedienbaar is (duidelijk zichtbaar, voldoende grote knoppen …). De toegang is ook steeds goed verlicht.
Inkomhal als schakelruimte
Eens de toegangsdeur gepasseerd komen we in een zone van het gebouw terecht waar we ons zullen heroriënteren voor we verder gaan. Vanaf daar zoeken we het onthaal of zetten we onze weg verder naar de andere delen zoals een afdeling of een polyvalente ruimte.
De inkomhal vormt op die manier steeds een functionele schakel. De belangrijkste criteria voor de inkomhal zijn voornamelijk:
- een duidelijke leesbaarheid van de ruimte, overzichtelijk en met een logische
structuur;
- het voorzien van voldoende circulatieruimten om zowel doorgaand verkeer als
stilstaand verkeer toe te laten;
- een duidelijke zonering voor onthaalfunctie en andere nevenactiviteiten, een
duidelijke aansluiting op de circulatieroutes (horizontaal en verticaal) in het
gebouw.
Concrete en specifieke ontwerpcriteria
www.toegankelijkgebouw.be
- Parkeren
U kunt deze pagina afdrukken.